RK Parochie Maria Sterre der Zee

Wat er gebeurt in de mis

De mis is het hart van ons geloof: Christus zelf komt bij ons, in zijn Woord en in brood en wijn. Binnenlopen is genoeg. Hieronder loop je de hele viering door, deel voor deel — met de namen die de Kerk er al eeuwen aan geeft.

Voordat de mis begint

Bij binnenkomst zie je mensen hun vingers in het wijwater dopen en een kruisteken maken: een herinnering aan het doopsel. Velen maken een kniebuiging richting het tabernakel — de gouden kluis waar het Heilig Sacrament wordt bewaard; de rode godslamp ernaast brandt altijd als teken dat Christus daar aanwezig is. Ga zitten waar je wilt en gebruik de minuten voor de mis gerust voor stilte: de mis begint eigenlijk al in dat stil worden.

De openingsritus

Intredezang (Introïtus). De klok luidt, iedereen staat op en het gezang begeleidt de priester en de misdienaars naar het altaar. De priester groet het altaar — symbool van Christus — met een kus.

Kruisteken en begroeting. “In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.” Wat hier gebeurt, doen we niet op eigen kracht.

Schuldbelijdenis (Confiteor). We spreken uit dat we tekortschieten — niet om onszelf klein te maken, maar omdat je voor God mag staan zoals je bent.

Kyrie eleison. “Heer, ontferm U”: een drievoudige aanroeping van Christus, in het Grieks — woorden die al vanaf de vroegste eeuwen klinken.

Gloria. De grote lofzang: “Eer aan God in den hoge.” Op zon- en feestdagen; in de Advent en de Veertigdagentijd vervalt hij — dan is het soberder, als voorbereiding.

Openingsgebed (Collecta). De priester “verzamelt” het gebed van iedereen in één gebed tot God de Vader. Het “Amen” daarna is van ons allemaal.

De dienst van het Woord

De lezingen. Op zondag drie: uit het Oude Testament, uit de brieven van de apostelen (het epistel) en uit het Evangelie; door de week meestal twee. God spreekt — wij luisteren.

Antwoordpsalm. Na de eerste lezing antwoorden we met een psalm, het gebedenboek dat Jezus zelf gebruikte.

Alleluia. Vlak voor het evangelie staat iedereen op en klinkt het “Alleluia” (buiten de Veertigdagentijd): Christus zelf gaat spreken.

Het Evangelie. De priester of diaken leest uit het leven van Jezus. Velen maken met de duim drie kruisjes: op voorhoofd, mond en hart — dat zijn woorden mogen zijn in mijn denken, op mijn lippen en in mijn hart.

De homilie (preek). De voorganger legt de lezingen uit en brengt ze ons leven binnen.

Geloofsbelijdenis (Credo). Samen spreken we het geloof van de Kerk uit — dezelfde woorden als katholieken over de hele wereld, al zeventien eeuwen.

Voorbede. We bidden voor de Kerk, de wereld, en wie het nodig hebben.

De dienst van de Eucharistie

Bereiding van de gaven (Offertorium). Brood en wijn worden naar het altaar gebracht; de priester voegt een druppel water bij de wijn — teken dat ons leven wordt opgenomen in het zijne — en wast zijn handen. Ondertussen gaat een mandje rond voor de collecte; geven is vrijwillig.

Prefatie en Sanctus. “Verheft uw hart!” De priester dankt God plechtig, en in het “Heilig, heilig, heilig” (Sanctus) voegen we ons bij het gezang van de engelen.

Het eucharistisch gebed. Het hoogtepunt van de mis. De priester vraagt God de gaven te heiligen door zijn Geest (de epiclese) en spreekt dan de woorden die Jezus zelf sprak bij het Laatste Avondmaal: “Dit is mijn Lichaam… dit is mijn Bloed” — de consecratie. Brood en wijn worden het Lichaam en Bloed van Christus. Vaak klinkt een bel en knielen we: God komt ons nabij, dichterbij kan niet.

Doxologie. “Door Hem en met Hem en in Hem…” — het grote “Amen” van iedereen besluit het eucharistisch gebed.

De communieritus

Onze Vader (Pater Noster). We bidden het gebed dat Jezus ons leerde.

Vredewens. “De vrede des Heren zij altijd met u” — een knikje of een hand naar je buren.

Agnus Dei en broodbreking. Terwijl de priester het Brood breekt — zoals Jezus deed — zingen we “Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld”.

De communie. Wie katholiek is en daarop is voorbereid, gaat naar voren om de communie te ontvangen. Ben je dat (nog) niet? Blijf gerust zitten — of kom naar voren met je armen gekruist over je borst, dan ontvang je een zegen.

Stilte en slotgebed (Postcommunio). Na de communie is er stilte of een danklied; de priester sluit af met een dankgebed.

De wegzending

Na de mededelingen geeft de priester de zegen, en dan klinkt de wegzending: “Gaat nu allen heen in vrede” — in het Latijn “Ite, missa est”, waar het woord mis zelf vandaan komt. Het betekent: je wordt gezónden. Wat we ontvangen hebben, nemen we mee de week in.

Na de mis

  • Blijf gerust nog even zitten om te danken — de stilte na de mis hoort erbij.
  • Steek een kaars aan bij Maria of bij een heilige, voor jezelf of voor iemand anders.
  • In veel van onze kerken is er na de zondagsmis koffie: dé plek om kennis te maken. Loop gewoon mee.
  • En de rest van de week? Daarvoor ben je gezonden. Kijk bij meedoen of begin hier als je verder wilt.

Praktisch

  • Kom een paar minuten voor aanvang, dan kun je rustig gaan zitten.
  • Staan, zitten, knielen: doe gewoon mee met de mensen om je heen — en wat je niet meebidt of meezingt, luister je.
  • Een mis duurt ongeveer een uur.
  • Niemand kijkt op of om: je mag er gewoon zíjn.

De Latijnse mis

In de H. Jacobus de Meerdere (Parkstraat) wordt elke zondag om 11.00 uur de hoogmis gevierd in het Latijn, met gregoriaanse gezangen. Het is precies dezelfde mis als hierboven — alleen in de taal die de Kerk wereldwijd al eeuwen verbindt.

  • Achterin de kerk liggen misboekjes met de Latijnse tekst en de Nederlandse vertaling naast elkaar — zo volg je alles mee.
  • De vaste delen herken je nu al: Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus en Agnus Dei zijn precies de delen die hierboven staan.
  • Juist als je de taal niet verstaat, merk je waar het om gaat: eerbied, schoonheid en stilte rond het heilige.

Wanneer en waar

Elke zondag — en door de week — wordt in onze kerken de mis gevierd.

Vieringentijden Ben je nieuw? Begin hier